dinsdag 12 maart 2019

Kom! Klare taal?

Bij de griek weet ik het al. Tussen de tzatzikilucht door kan ik ruiken hoe ze zit te soppen op haar stoel. ‘Ik wil geen verwachtingen scheppen’, zegt ze. Haar lange, smalle vingers schuiven langzaam langs de steel van haar wijnglas, terwijl ze me quasinonchalant aankijkt. Het klinkt alsof ze het nog meent ook, maar ik voel feilloos aan hoe deze avond gaat eindigen. Natuurlijk blijft het niet bij een aai over haar mooie bol en het kietelen van haar rug, al vertelt ze me dat ze dit zo mist in haar leven. Nee, ze mist wel meer. Maar zoiets zeg je natuurlijk niet als je een dame bent.

Een man kan zijn lul achternalopen, het aantal gefixte chicks omhoog liegen. Vet stoer! Een vrouw kan met haar vochtige zuignap gaan paalzoeken, het aantal bevredigde mannen op twee handen tellen. Wat een h...! Geen wonder dat een vrouw dit daarom slimmer aanpakt, zij heeft daar de brains voor in tegenstelling tot de gemiddelde bier-en-tietenman. Ik bof toch maar; mijn date is hoogopgeleid.

Ze hintte me nog via WhatsApp: ‘Mijn seksleven is als de sneeuw. Welke sneeuw?’, waarop ik antwoordde dat ze nog zal smeken om een sneeuwschuiver. Ze heeft nog geen idee met welk onverzadigbaar sneeuwkanon ze nu datet.

Natuurlijk gaan we neuken. Maar zoiets verpakt een dame in verleidelijk glinsterpapier met een prachtige strik. Geen verwachtingen. Nee, maar ondertussen houdt ze ‘alle opties open’. Achteraf zal het altijd moeten lijken alsof de vrijpartij spontaan gebeurde, dat het avondje onvoorzien zo eindigde. Sluw! Het zou toch verdomd goedkoop zijn wanneer ze plat benoemt waarvoor ze me anderhalf uur naar deze knusse locatie liet rijden met een blij lid in een boxershort met te weinig textiel.

‘Had jij dit verwacht?’ Met een brede, voldane grijns knik ik bevestigend. Ik kijk met een schuin oog langs haar prachtige lichaam naar mijn spijkerbroek met nog drie van de vijf condooms voor een aangekleed feest.

‘Hou je bek en bef me’, zingt Merol een week later op de radio. Pardon? Ik moet even wennen aan deze klare taal, want vooralsnog klinkt ‘t voor mij behoorlijk goedkoop in mijn rode oortjes. Geef mij maar een vrouw die niet expliciet benoemt hoe ze het hebben wil. Zo plat hoeft het voor mij allemaal niet. Liever de speelse hints en een verleidelijk verpakte uitnodiging om voorzichtig te openen. Liever haar hijgende gefluister in mijn oor dat ik de perfecte man ben. Lief, want zo voelt het dan toch allemaal nét iets minder goedkoop wanneer ze me kort daarop dumpt.

dinsdag 20 juni 2017

De mythische billen van Doutzen

Nu ik wat lessen Griekse mythologie heb gevolgd weet ik dat mijn terugreis naar huis zomaar eens tien jaar zou kunnen duren. Ik ben dus op mijn hoede al is de kans klein dat ik op de A58 door een cycloop, Kerberos of ander eng mythisch monster word uitgedaagd. Kennis van de antieke godenleer laat je anders naar de wereld kijken. Niet alleen in musea en literatuur, maar ook op de snelweg.

Terwijl Persephone bloemen plukt op Sicilië gooi ik mijn zijraampje verder omlaag op deze zonovergoten dag. De zomer begint vroeg in mei. Levensgevaarlijk groot kijkt Doutzen Kroes me zwoel aan vanaf een rijdende Hunkemöllerreclame. Zij is voor mij de vrouw die een tweede Troje verdient. Sterker nog, ik zou beide achillespezen laten doorklieven in ruil voor een kop koffie met deze Friese Helena.

Die billen! Ze pronken als een ware tantaluskwelling terwijl ik ademloos met starende blik enkele seconden de verkeersveiligheid tart. Om niet koste wat kost als een geile Zeus enige ijdele hoop te koesteren, houd ik me voor dat Doutzen waarschijnlijk als straf gestuurd is om de doos van Pandora te gaan openen – met alle ellende van dien.

Haar weinig verhullende lingerie laat vrijwel niets te raden over van haar goddelijke lichaam, maar hoe kroesepoes eruitziet wordt overgelaten aan de fantasie van haar betoverde voorbijganger. Inmiddels rijdt ze schuin achter me zodat ik net als Orpheus niet meer achterom zal kijken. Daarom dwing ik mezelf ook de autospiegels te vermijden.

Met de Victoria’s Secret kerstspecial nog scherp op mijn netvlies zie ik Doutzen met engelenvleugels getooid. Een oogverblindend mooie hoogvliegende Icarus. Mijn armen zullen haar zo nodig opvangen; géén drenkeling, géén laatste rustplaats op een van de Waddeneilanden, géén Doutzische zee. Dát zou ik wensen.

Een domme wens? Ik behoed me ervoor om niet de ezelsoren van koning Midas te krijgen en grinnikend check ik de binnenspiegel. Oeps… Donderslag bij heldere hemel. De lucht wordt gitzwart, een dichte nevelmist belemmert het uitzicht – vaarwel Kroessie.

Later hoor ik op de radio dat er een vrachtwagen geschaard staat. Doutzens billen staan tegen een vangrail geparkeerd. Een drietal voertuigen en een geschrokken automobilist die ‘even afgeleid’ bleek. Hades hoeft verder niemand te komen halen, oppergod Zeus is barmhartig.

De radio zet ik zachter, mijn blik veilig op de weg. Ik verlang naar huis want als het goed is heeft Hermes vandaag mijn vliegticket voor het Griekse eiland Ithaka bezorgd.

maandag 9 januari 2017

De blues van Panta Rhei

Wanneer we voor de tweede keer daten valt het zonlicht in juli prachtig over haar blond krullend engelenhaar en muizengrijze zomerjurkje. Ze heeft zelf niet in de gaten hoe mooi ze is. Daarom nog mooier. Mijn aangeleerde lichaamstaal probeert wat kleine onzekerheden te verbergen en als ik iets te lang in haar blauwe ogen kijk, slaat ze haar blik verlegen neer. Lief.

“Een wandeling?” Ze reageert verrast, bijna opgelucht. Wandelen door de duinen van Vlissingen voelt prettiger dan een onwennig gesprek aan een terrastafeltje. Zachtjes knijp ik in haar bovenarm als we lachen om een slechte grap over omsingelde zandkorrels. Ik praat te veel, zij zwijgt vooral. Stille wateren – dat belooft wat.

De livemuziek bij strandpaviljoen Panta Rhei lokt ons. We slenteren door het mulle zand naast de ritmisch deinende golven van de zee. Een prachtig decor. Haar lichtblauwe bh-bandje hangt nonchalant scheef over haar blote schouder. Onweerstaanbaar. Mijn oerinstinct smeekt of ik haar huid mag proeven. Maar nee, niet nu al.

Warme oranje kleuren aan de horizon beloven een mooie zonsondergang. We ploffen neer in het zand en genieten van bluesklanken die ons omringen. Lage basriffs laten de vlinders in mijn buik nog harder kriebelen. “Corona?” Ze knikt. Ook zij wil niet naar huis, dus haal ik twee flessen. Ze perst het citroenschijfje door de flesopening en neemt een flinke teug, alsof ze het kalmerende effect van alcohol hard nodig heeft. Ik wil haar zoenen en dat voelt ze natuurlijk feilloos aan. Vastbesloten wrijf ik mijn hand over haar rug, ze houdt haar hoofd een beetje schuin; ik weet dat het mag.

We eten op de boulevard waar de menukaart is aangepast aan lustige vakantietaferelen: voorspel, vleselijk of visschrikkelijk lekker, naspel. “Kijk, mijn horoscoop”, grap ik. Ze blaast haar wangen precies bol genoeg om de slok rode wijn binnen te kunnen houden.

“Meneer? Hallo? Uw Leffe blond.” Bruut verstoord schenk ik het bier in. Mijn reflectie in de bierfles is ietwat vervormd, zoals een kerstbal dat veel leuker kan. Dichtbij het raam voel ik de decemberkou en trek mijn wollen kraag wat hoger. De laatste blauwe plekken in de lucht verdwijnen door samenpakkende grijze wolken, de eerste miezerregen valt. Gary Moore zingt over Parijs, de Champs-Elysées en Beaujolais wijn. “And I recall that you were mine.” Zijn gitaar jankt flink.

Wandelend laat ik Panta Rhei en de herinnering aan een zomerromance achter me op het stille strand. De gure wind laat mijn ogen tranen. Kutblues.

zondag 20 maart 2016

Die vraagt erom

Met haar lange, blote benen zoekt ze in rap tempo de kortste weg naar een warm café. Ze valt meteen op tussen de uitgedoste toeschouwers die wél iets warms aanhebben op deze koude dag in februari. Verleidelijk wapperende blonde haren - wat mogelijk verklaart dat ze haar kleren domweg vergeten is - dwingen me te blijven kijken en ik ben vast niet de enige die haar aangaapt. Het verdomd weinige textiel om haar goddelijke ‘joepie’ lichaam laat weinig te raden over.

Geheel incognito sta ik in een feestelijk kostuum met rode bassiepruik en geruite muts naar de carnavalsoptocht te kijken. Toch komt het geen moment in me op om me te laten verleiden tot Keulse taferelen. Ik schaar mezelf niet onder de categorie testosteronbom en bovendien functioneert mijn prefrontale cortex prima. Van mij zal die schaars geklede chick dus geen fysieke last hebben.

'Zo laat je je dochter de deur toch niet uitgaan?', klinkt het verontwaardigd. Hoewel ik het me niet voor kan stellen, vindt mama het wellicht een prima carnavalsoutfitje en is pa apetrots op zijn mooie dochter als ze zich in Evakostuum het feestgedruis instort. Ik ken en bepaal de normen van anderen niet.

Misschien is bloot niet meer zo bloot als voorheen? We worden dagelijks geconfronteerd met halfnaakt: etalages van lingeriezaken tonen levensgrote posters van prachtige vrouwen in lingerie en ik moet me inhouden om geen dna achter te laten. Dat ik geen verkeersongeval veroorzaak bij het zien van lekkere sloggikontjes op immense billboards mag een wonder heten. En iedereen die vooraan heeft gestaan bij een optreden van K3 weet dat die naam eigenlijk staat voor Kamelenteen Trio.

De optocht is voorbij. Gekleurde serpentine en confetti versieren de markt en de fanfaremuziek klinkt steeds verder weg. Hoogste tijd om te ontdooien in een gezellige kroeg.

Langzaam schuif ik in de menigte - als haringen in een ton - richting een overheersende bierlucht. De hoempapamuziek staat goed hard dus slechts een enkeling hoort mijn noodkreet wanneer ik totaal overrompeld ben door een koude, grijpende hand onder mijn Schotse kilt. 'Hé! Die griet heeft mijn feestneus vast!' Haar lodderige ogen verraden een hoog alcoholpromillage. Hitsig van de wijn kan ze de verleiding niet weerstaan. Mijn charmante kniekousen en geruite rok blijken té uitnodigend. 'Dit is geen Lingo!', grap ik. Haar vriendin vindt het reuze vermakelijk en lalt iets van 'Joh, die vraagt erom.' Volgend jaar trek ik iets warmers aan.

woensdag 17 februari 2016

Op een roze fiets...

Alles om haar heen is roze. Soms kleine details, zoals een enkele gelakte nagel, knoopjes van haar blouse en de halsband van haar jackrussellterriër. De lievelingskleur die ze sinds lang vervlogen jeugdige “prinsessenjaren” al koestert, bepaalt ook nu nog de zoete sfeer in haar slaapkamer. Van roze wordt ze een stuk vrolijker, want haar leven was jarenlang doffe ellende, vertelt ze eerlijk.

Na eerder, vluchtig mailcontact heb ik zojuist ruim vijfentwintig kilometer weggetrapt om ‘pink lady’ te ontmoeten. Fietsen bleek een gedeelde sportieve hobby. De gps-coördinaten die ze me toestuurde, leidden naar de opstapplaats van het pontje naar Tiengemeten; een prachtig natuurgebied op een eiland in het zuidwesten. Spannend, zo’n originele, verrassende start voor een mooie fietsroute met een onbekende ‘match’. Prima plan, maar vandaag staat er wind. Véél wind. De heenweg ging verdomd snel, dus ik weet wat dat betekent om weer thuis te komen.

Als een open boek praat ze over haar aspergersyndroom, het faillissement van haar onderneming, de dramatische financiële gevolgen, hoe haar relatie daardoor op de klippen liep, dat ze aan de Ritalin ging, eraan verslaafd is geweest en het contact met haar ouders verloor. Haar leven moet weer op de rails.

We besluiten te pauzeren achter een dijk, uit de wind onder een warm voorjaarszonnetje. Nadat ik mijn fiets in het gras heb gelegd, kijkt ze me ondeugend aan en ik voel dat er iets onverwachts gaat gebeuren. Ze opent haar fietstassen en pakt een picknickkleed. De liefde van de man gaat door de maag en dat weet ze heel goed: stokbrood, komkommer, kerstomaatjes, tapenade. Aan alles heeft ze gedacht. Wat een schat! De verrassing is compleet als ze mijn favoriete bier tevoorschijn haalt; twee flessen Leffe blond. Ik voel kriebels.

Als twee pubers zitten we nog wat ongemakkelijk naast elkaar, maar we beseffen dat dit een onvergetelijke dag wordt. Proost! Op haar tablet - met vaal roze beschermhoes - laat ze tekeningen zien van haar nieuwe kinderproject. Ambitieus vertelt ze over twee zelf ontworpen karakters; haar eigen Woezel en Pip, waarmee ze goud in handen zegt te hebben. En ze heeft er álles voor over om die droom waar te maken.

Al snel wordt me duidelijk dat ze een vechter is, iemand die niet loslaat en krijgt wat ze hebben wil. Vandaag heeft ze haar zinnen op mij gezet. In haar felroze shirt fietst ze naast mijn appeltjesgroene. Allebei wind mee, want ze wil hoe dan ook nog een kusje bij haar voordeur.

woensdag 10 februari 2016

Geen poessie

Met een knoop in mijn maag slenter ik zenuwachtig door de Trendhopper en hou de kassabalie nauwlettend in de gaten. Daar staat ze; de spannende verkoopster, die mijn valentijnskaart gisteren op de deurmat heeft gevonden. En ik, charmeur in de dop, wil niet veel langer meneer A. Noniem blijven voor haar. Maar het juiste moment om dapper toe te slaan laat op zich wachten en akelige symptomen van nervositeit bevestigen dat ik de comfortzone mijlenver heb verlaten. Hoewel mijn verstand blijft herhalen dat een winkel ook een uitgang heeft, laat ik het vandaag niet gebeuren om als ‘lame ass pussy’ af te druipen.

Een week geleden hielp ze me in de winkel. Ik viel als een blok voor haar. Als betoverd bleef ik nog dagenlang aan haar denken en vanuit een diepgeworteld oergevoel fantaseerde ik hoe ik deze stoot kon veroveren. Haar naam op de kassabon hielp een handje. Kaartje sturen? Deal.

Dus vandaag ga ik ervoor met een toepasselijk liedje in mijn hoofd: “Want je hebt niet in de gaten wat je allemaal met me doet”. Hero? Ikke wel. Maar dan zo een op sokken, die nog maar eens een uitstelrondje door de winkel loopt. Dit is geen romantische film met gegarandeerd ‘happy end’ – dit is keiharde realiteit. Doodeng.

“Nú!” besluit ik en gris naar een ijsboltang om niet met lege handen bij de kassa te verschijnen. Mijn hartslag schiet letterlijk omhoog en zit bovenin mijn keel als ik er een benauwd “Hoi” uitpers. Terwijl mijn nek steeds harder tegen mijn coltrui bonkt en ik langzaam mijn pincode intoets, geef ik mezelf de laatste trap onder mijn reet; het is nu of nooit. Zo kalm mogelijk vraag ik of ze enig idee heeft van wie de valentijnskaart is. Zei ik het echt? Aan de vragende blik in haar ogen te zien wel.

Voorzichtig maak ik een mentaal vreugdedansje. Prachtige vioolmuziek kan ieder moment losbarsten. Ze kijkt me glimlachend aan en met blozende wangetjes wijst ze naar een oudere dame, gekleed in Trendhopper kleuren. “Ik heb geen kaart gehad, maar die collega wel.” O, shit! Nee! Het strijkorkest kan weer inpakken.

Één kassa, meerdere verkoopsters, maar alsmaar in- en uitloggen doen ze niet. De hilariteit is compleet. Wat heb ik te verliezen? Als een brutale Don Juan vraag ik haar mee voor een drankje. Helaas, ze heeft een vriend. En hoewel ik waarschijnlijk veel leuker ben dan hij, moet ze mijn aanbod afslaan. Mijn gedurfde actie waardeert ze, maar of ze het echt meent, zal ik nooit weten. Wat maakt het uit? Geen poessie, maar vandaag ben ik een winnaar!

zondag 13 december 2015

Kanker de wereld uittrappen

Zomaar een dag in augustus, amper vijftien graden, weinig blauwe lucht en er staat een krachtige wind. Boven mijn hoofd hangt een dreigende, donkere wolk. Je weet wel, zo’n meedrijvende ‘Pink Panther regenwolk’, die uitgerekend mij moet hebben. Zodra die losbarst, is dat vandaag de letterlijke druppel.

“Jij wilde fietsen, dus nu niet zeiken, dúwen met die benen!”, klinkt mijn bitse oppepper. Op de racefiets trap ik me het apezuur. Bladeren dwarrelen rond, ik ontwijk wat afgebroken boomtakken; de chaos van een zomerstorm. Opwarming van de aarde? My ass, dit lijkt eerder een herfstdag in oktober. Eigenlijk is er nu geen lol aan, maar ik móét kilometers maken. Dwangneurose? Nee, ik heb een prima reden: trainen om de Mont Ventoux te kunnen gaan bedwingen. Naar de top met een fraaie gelddonatie voor kankerbestrijding.

De lat leg ik wel vaker hoog en met dit doel voor ogen ligt die op 1909 meter. Ik ben niet het type ‘ja zeggen, nee doen’, dus de gedachte om minimaal een keer over tweeëntwintig kilometer steil asfalt te fietsen, maakt me best nerveus. Toch neem ik me voor om in het zuidoosten van La France alles te gaan geven. Eén dag afzien, één dag ploeteren, één dag pijn lijden. Voor diegenen die iedere dag opnieuw een oneerlijk gevecht aangaan om die klere ziekte te overleven. Voor hen die graag iets actiefs willen doen, maar dat waarschijnlijk niet kunnen.

En ik kan dat wel, gezond en fit - maar ook vreselijk verwend. Een mooi-weer-fietser. Dus klaag ik wat over een mindere zomerdag. Over een fietstocht met, naar mijn smaak, iets te weinig zon en te veel tegenwind.

Sport als symbool voor leven: uitdaging, grenzen verleggen, werken, met altijd momenten van trots, voldoening en genieten. Ik probeer daarom dingen die misschien niet lukken, maar omdat ik nieuwsgierig ben. De poging om iets te ondernemen maakt me gelukkig, ongeacht het resultaat. Zodoende vertrek ik op een vroege ochtend in september naar het dak van de gevreesde berg, vergezeld van een lange renners-polonaise met oranje Colsensation shirts. Vanaf grote hoogte is de zonsopkomst een kleurrijk schouwspel. Ik krijg kippenvel wanneer de top opdoemt, mooi verlicht door de eerste zonnestralen.

Na elf uur bikkelen heb ik de top drie keer bereikt. Gesloopt, maar mijn lichaam herstelt wel weer. In tegenstelling tot velen, voor wie herstel niet vanzelfsprekend is. Mijn stempelkaart is vol, ik ben officieel “Malloot van de Ventoux.” Gek? Reken maar; in 2016 nogmaals. Weer of geen weer!